Drinkwaterdistributie


In de moderne drinkwatervoorziening is grootschalige distributie een zeer belangrijk onderdeel. Distributie mag dan wel, vanwege de vele ondergrondse leidingen, minder zichtbaar zijn dan de productie, maar de omvang ervan is wel zodanig dat de uiteindelijke jaarlijkse kosten voor distributie veelal hoger zijn dan die voor de productie (TUDelft 2007w).

Distributie vereist voor de afnemers twee belangrijke doelstellingen:
• Comfort van de aflevering
• Kwaliteit van het afgeleverde product

Vanuit oogpunt van comfort wil de gebruiker het drinkwater niet alleen thuis afgeleverd hebben, maar ook onder voldoende druk (2 bar) en in voldoende mate, zelfs bij extreme vraag. Drinkwaterbedrijven leveren een minimale druk van 2 bar op de begane grond. Na de watermeter is de waterdruk afhankelijk van leidingen, kranen en de locatie van het warmwatertoestel in huis. Vooral hoogteverschillen zorgen voor veel drukverlies, evenals lange, dunne leidingen en leidingen met veel bochten. Met een verlies van 0,5 bar per etage, is er op een 3$^e$ woonlaag meestal 1 à 1,5 bar waterdruk over om het warmwatertoestel te vullen. Om een watervoorraad te hebben en de druk in het waterleidingnet constant te houden, werden vroeger watertorens gebruikt. De waterdruk is dan evenredig met de hoogte van de watertoren: voor iedere tien meter stijgt de druk met 100 kiloPascal. Tegenwoordig is het gebruik van watertorens in Nederland vrijwel afgeschaft en wordt de druk in het waterleidingnet onderhouden door elektrische pompen (Wikipedia 2007w).

Vanuit het oogpunt van kwaliteit moeten de volgende aspecten tijdens transport en distributie van drinkwater bewaakt worden:
• Stroomsnelheid van het water: als het water te langzaam door het netwerk voortbeweegt krijgen chemische en biologische processen meer kans om zich te ontwikkelen. Om de groei van een biofilm op de leidingwanden tegen te gaan moet het water met voldoende snelheid blijven stromen; snelheden tussen 0,4 en 1,5 m/s zijn daartoe gewenst. Een bekende bacterie die zich in zo’n biofilm zou kunnen ontwikkelen is bijvoorbeeld de legionella-bacterie (Bohmer 2001). Om ongewenste bacteriegroei te verhinderen, worden er tijdens het transport bovendien zeer kleine hoeveelheden chloor toegevoegd aan het leidingwater (in elk geval te weinig om merkbaar invloed te hebben op geur en smaak).
• Verblijftijd van het drinkwater in het netwerk (gemiddeld 14 uur): als de verblijftijd in het leidingnet te groot is de kans op een bacteriële infectie ook groter.
• Materiaalkeuze pijpen: in Nederland zijn de leidingen voor drinkwater voornamelijk gemaakt van PVC, polyetheen, asbestcement of gietijzer (Vewin 2012w). Er mag geen nadelige interactie tussen drinkwater en leidingmateriaal optreden, waarbij stoffen oplossen in het water en een gevaar voor de volksgezondheid gaan vormen.
• Verhinderen indringing: er mogen ook geen verontreinigingen van buiten het leidingnet doordringen tot het water. Zo kan grondwater doordringen tot het water of kan er diffusie plaatsvinden van verontreinigingen. Door de overdruk in het waterleidingnet wordt indringing tegengegaan.

Om de kwaliteit van het water tijdens de distributie te meten zijn er een groot aantal meetpunten in het netwerk. Hier wordt continu bekeken of het water nog aan de standaard voldoet.

Bronnen

Bohmer 2001, Bohmer, L. J. (2001) Een jaar legionellabestrijding
TUDelft 2007w, TUDelft (2007), Inleiding watermanagement, geraadpleegd op 13 juli 2007
Vewin 2012w, Vewin, Drinkwaterstatistiek 2012, de watercyclus van bron tot kraan, opgevraagd 22 oktober 2013
Wikipedia 2007w, Wikipedia - Watertoren, geraadpleegd 13 augustus 2007

Laatste wijziging: 03-02-2016
Creative Commons-Licentie
Deze publicatie valt onder een Creative Commons licentie. Zie hiervoor het colofon.