Drinkwater: historische ontwikkeling


Uitgebreide watervoorzieningen zijn niet het primaat van de moderne tijd. Ook in de oudheid bestonden er in verschillende civilisaties al infrastructuren voor drink- en badwatervoorziening, en voor afvalwater verwijdering die niet onderdeden voor de waterinfrastructuren die we vandaag de dag gewoon vinden. In 1925, zo is te lezen (Hidrodoe Pidpa 2013w), ontdekten oudheidkundigen in Pakistan de resten van stad Mohenjo-Daro uit de oudheid waar de watervoorziening al buitengewoon geavanceerd was. Er zijn openbare badinrichtingen, warmwaterinstallaties, badkamers en een uitgebreid draineringsysteem gevonden. Het afvalwater werd via een apart rioleringsstelsel afgevoerd. Deze stad kende zijn glorietijd rond 2500 voor Christus. Dit illustreert overtuigend dat de westerse beschaving niet de uitvinder is van hygiënische watervoorzieningen; op zijn best hebben we die herontdekt.

De bekendste historische voorbeelden van waterinfrastructuren zijn die uit de Romeinse tijd. Via elf grote aquaducten met een gezamenlijke lengte van 600 kilometer werd er dagelijks 1,75 miljoen m$^3$ water per dag naar Rome geleid. Een afbeelding van zo'naquaduct is te zien in figuur 1. In die tijd had Rome circa één miljoen inwoners, zodat er per inwoner 1750 liter water per dag beschikbaar was (Romeins_aquaductw). Dat is meer water dan er nu voor de burgers van Rome beschikbaar is, en overstijgt het gemiddeld dagelijks gebruik in Nederland per persoon van 126 liter dramatisch. Deze grote waterhoeveelheden waren nodig om de grote thermae, badhuizen en fonteinen te voorzien van water. De thermae leverden een belangrijke bijdrage aan de Romeinse beschaving. Zelfs voor de allerarmsten waren deze warmwaterbadhuizen toegankelijk, doordat de thermae meestal gesponsord werden door de keizers of de allerrijksten. Het afvalwater werd samen met het regenwater afgevoerd via riolen die door de straten liepen. Een grote stroomsnelheid van het afvalwater (dankzij een slim gebruik van het natuurlijke verval) zorgde ervoor dat het water nooit ging stinken in de steden.


Figuur 1. Romeinse Aquaduct, Pont du Gard (bron: Wikimedia Commons)

Na de Romeinse tijd is er lange tijd geen goede watervoorziening meer gebouwd. Het water in de Middeleeuwen was zelfs van zulke slechte kwaliteit, dat bier volksdrank nummer 1 werd (Anno.nl 2006w). Bierbrouwers gebruikten namelijk relatief schoon water als bron, en kookten het bovendien tijdens de productie. Bier was hierdoor zo populair dat zelfs kinderen het dronken. De mensen werden er echter niet snel dronken van aangezien het bier nauwelijks alcohol bevatte. In Nederland kwam de ontwikkeling van een uitgebreide waterinfrastructuur pas op gang aan het eind van de 19$^e$ eeuw. In die tijd trokken steeds meer mensen naar de stad als gevolg van de industriële revolutie. De fabrieken die in de steden stonden, waren verantwoordelijk voor een sterke verontreiniging van het oppervlakte- en grondwater. Het gebrek aan goed drinkwater en een hygiënische afvalwaterverwijdering waren mede oorzaak van grootschalige cholera-epidemieën. Die gaven op hun beurt de doorslag tot de oprichting van de eerste gemeentelijke leidingwaterbedrijven. Zij legden in de grote steden een uitgebreid netwerk van waterleidingen en riolen aan en konden dankzij subsidies van de overheid na de Tweede Oorlog hun netwerken uitbreiden tot in het platteland. Pas tegen het eind van de 1970'er jaren was iedereen in Nederland aangesloten op het drinkwaterleidingnet.

In 1972 kwam het Rijksinstituut voor de Drinkwatervoorziening met een rapport waarin het adviseerde om een integraal watermanagement beleid te maken waarin het beleid voor de drinkwatervoorziening werd gekoppeld aan het beleid voor oppervlakte- en grondwater. De rijksoverheid stelde zich tot doel om gelegenheid te bieden aan de waterleidingbedrijven tot het ongestoord leveren van water van een goede en constante kwaliteit op de plaats en in de hoeveelheid die verlangd wordt door de consument. Vanwege een verwachte toenam van de bevolking én een toename van de verontreiniging van drinkwaterbronnen door de industrie zou deze goede en constante voorziening in de toekomst gevaar lopen. Verheul stelde dat een integraal beleid nodig was om het natuurlijke evenwicht te herstellen. Het advies werd overgenomen in de vorm van de nota 'Waterhuishouding' waarin expliciet wordt erkend dat de drinkwatervoorziening nauw samenhangt met het beheer van het geheel van oppervlaktewater én grondwater en de bijbehorende waterbodems, oevers, flora en fauna, waterkeringen en technische infrastructuur.

Bronnen

Anno.nl 2006w, Anno.nl (2006), Bier als water, geraadpleegd op 8 augustus 2007
Hidrodoe Pidpa 2013w, Hidrodoe Pidpa, Water door de eeuwen, geraadpleegd 22 oktober 2013

Laatste wijziging: 03-02-2016
Creative Commons-Licentie
Deze publicatie valt onder een Creative Commons licentie. Zie hiervoor het colofon.