Oppervlaktewater


Al het water dat via stroompjes, beekjes, meren, rivieren en kanalen naar zee reist, heet oppervlaktewater. Er zijn drie soorten oppervlaktewaterbronnen die waterleidingbedrijven kunnen gebruiken: rivieren, meren en zeeën. Voor Nederland geldt het volgende:
• Rivierwater is de belangrijkste bron van drinkwater in het westen van Nederland. Hier is het grondwater minder geschikt voor drinkwaterbereiding als gevolg van een verhoogd zoutgehalte, veroorzaakt door kwel van zeewater (zeewater dringt als het ware onder de duinen door landinwaarts en "verontreinigt" daardoor het zoete grondwater).
• Grondwaterbronnen zijn de dominante drinkwaterbron in het oosten van het land (Water.nl 2007w)
• Zeewater wordt in Nederland (nog) niet gebruikt als bron voor drinkwater; het zoutgehalte maakt een energie-intensieve en daardoor kostbare zuivering noodzakelijk (zie ook drinkwater-uit-zeewater).

Rivieren

De Rijn is een gletsjerrivier die behalve regenwater ook smeltwater afvoert. De Maas is een pure regenrivier. Gezien de grote fluctuaties in neerslag per seizoen, zijn er ook grote fluctuaties in de waterafvoer van beide rivieren. In figuur 1 is de gemiddelde maandafvoer van de Rijn weergegeven bij Basel en bij Lobith. Bij Basel in Zwitserland gaat het voornamelijk om smeltwater, waarin kleinere verschillen over het jaar waar te nemen zijn. Bij Lobith, bij de grens met Nederland, zijn er aanzienlijk grotere verschillen over het jaar te zien als gevolg van de wisselende hoeveelheden regen. In het diagram van de Maas is te zien dat er in de zomermaanden nauwelijks water afgevoerd wordt (Borgharen ligt op de grens tussen Nederland en België).


Figuur 1. Afvoer van de Rijn gedurende een jaar. De Rijn is een gecombineerde smeltwater - regenrivier. Vanuit Zwitserland komt in de zomer het meeste water in de Rijn, terwijl de bijdrage van de Duitse zijrivieren in de winter het grootst is. Daardoor is de Rijnafvoer bij Basel in de zomer het hoogst, terwijl dit bij Lobith in de winter het geval is. De rivieren voeren het meeste water af in de winter. Bron: Natuur Dichtbij 2013w

De jaarlijkse seizoensfluctuaties - zoals te zien in figuur 2 - in de waterafvoer van de Maas zijn veel groter dan die van de Rijn. Leidingwaterbedrijven moeten rekening houden met deze fluctuaties om toch een constante hoeveelheid drinkwater aan de consument te kunnen leveren of in te kunnen spelen op een verhoogde watervraag in een droge zomer.


FIguur 2. Afvoer van de Maas gedurende een jaar. De Maas is een regenrivier. De afvoer is in de winter het hoogst. In de zomer stroomt er maar heel weinig water door de Maas. De verdamping en watergebruik is dan bijna gelijk aan de regenval in het stroomgebied. Bron: Natuur Dichtbij 2013w

Meren

Naast de rivieren worden het Haringvlietmeer en het IJselmeer gebruikt als bron van drinkwater. Door middel van sluizen kunnen we de watervoorraden in deze reservoirs reguleren (waarbij we overigens wel moeten bedenken dat dit niet alleen uit het oogpunt van drinkwatervoorziening gebeurt). Deze bronnen zijn daardoor, qua kwantiteit, betrouwbaarder dan de rivieren als zodanig.

Verontreinigingen

Naast de verschillen in kwantiteit zijn er ook grote verschillen in kwaliteit tussen de diverse bronnen. Oppervlaktewater is heel gevoelig voor verontreinigingen. Jarenlang was de Rijn het symbool van watervervuiling op Europese schaal. Vooral in de naoorlogse periode van wederopbouw en industriële ontwikkeling ging de waterkwaliteit schrikbarend achteruit. In de periode 1960-1975 trad massale vissterfte op als gevolg van gebrek aan zuurstof in het water. Voor de Maas was het niet veel anders, ook daar vervuilden Franse en Belgische industrieën het water sterk, met als gevolg dat het water dat Nederland binnenkwam zeer sterk verontreinigd was. Aangezien de industriële lozingen (bij normaal bedrijf) betrekkelijk constant zijn gedurende het jaar, terwijl het waterdebiet in de zomer aanzienlijk kleiner is dan in de winterperiode, betekent dit dat het rivierwater als drinkwaterbron in de zomermaanden veel sterker verontreinigd is dan in de wintermaanden. Vanwege de benedenstroomse ligging van Nederland, als “afvoerputje” van Europa, moeten de verontreinigingen die Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en België bovenstrooms op onze rivieren lozen, hier dus verwijderd worden. Het gevolg is dat drinkwater dat uit oppervlaktewater gewonnen wordt, een hogere kostprijs heeft dan drinkwater dat uit grondwater is bereid.

Om de verontreiniging van de grensoverschrijdende oppervlaktewateren effectief aan te pakken, is een aanpak nodig die het gehele stroomgebied bestrijkt. Om deze reden zijn resp. de Rijn- en Maascommissie in het leven geroepen. In deze commissies worden door alle landen die deel uitmaken van het betreffende stroomgebied afspraken gemaakt over een verantwoord beheer van de rivier. Inmiddels is de verontreiniging van Rijn en Maas al sterk teruggedrongen, waarmee de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland sterk is verbeterd.

Bronnen

Natuur Dichtbij 2013w,
Natuur Dichtbij 2013w, Natuur Dichtbij, Rijn en Maas, geraadpleegd 23 oktober 2013
Water.nl 2007w, Water.nl (2007), Drinkwaterzuivering, geraadpleegd op 16 augustus 2007

Laatste wijziging: 03-02-2016
Creative Commons-Licentie
Deze publicatie valt onder een Creative Commons licentie. Zie hiervoor het colofon.