Elektriciteit - historische ontwikkeling


De introductie van elektriciteit komt voort uit de uitvindingen die gedaan werden op het gebied van verlichting. In 1878 toonde de Rus Jablochkoff de wereld op de elektriciteitstentoonstelling tientallen lampen die tegelijkertijd brandden op één dynamo. Net als vele andere wetenschappers was W.J. Wisse, onderdirecteur van de Rijkstelegraaf in Nederland, onder de indruk van deze prestatie. Hij stuurde vele gemeentebesturen een brief waarin hij voorstelde dit type verlichting te gaan toepassen in Nederland. Doordat er meerdere lampen op één bron konden branden werd het mogelijk de elektriciteit centraal te laten opwekken en naar meerdere klanten te distribueren. In eerste instantie werd er nog negatief gereageerd op dit voorstel (Van den Noort 1993w).

De komst van de gloeilamp bracht hierin echter verandering. Deze lamp produceerde in een glazen bolletje goedkoop licht met een gebruiksvriendelijke lichtsterkte (veel lampen in die tijd brandden te fel voor gebruik binnenshuis). Het was nu mogelijk om tegen betaalbare kosten elektriciteit centraal op te wekken en te distribueren naar klanten die daarmee een betaalbare lichtvoorziening kregen. In 1885 stemde het gemeentebestuur van Den Haag in met de bouw van een (gelijkstroom-)centrale aan de Hofsingel, die in 1889 in bedrijf werd genomen. Deze centrale voorzag 10.000 gloeilampen in een straal van 500 meter rondom de centrale van elektriciteit (Van den Noort 1993w), Zie figuur 1.


Figuur 1. Eerste Nederlandse elektriciteitscentrale. Bron: Is Geschiedenis 2013w

Het distribueren van elektriciteit over een grotere afstand was met de techniek van toen nog niet mogelijk. De komst van de transformator bracht uitkomst. Deze maakte het mogelijk om elektriciteit met een hoge spanning te transporteren en dan bij de klant om te zetten in een lage spanning. Het gebruik van deze techniek vereiste wel de toepassing van wisselstroom en daarmee ook de aanleg van een nieuwe distributie-infrastructuur.

Overtuigd van de steeds beter wordende elektriciteitsproductie- en transporttechnologie werden er steeds grote centrales gebouwd, met daaruit voortvloeiende schaalvoordelen. Op advies van de staatscommissie Van IJsselsteyn werden er vanaf 1911 belangrijke stappen gezet richting de elektrificatie van Nederland. Deze commissie stelde voor dat er voor grootschaligheid gekozen moest worden vanwege de lage kosten en dat de levering van de elektriciteit niet beperkt moest blijven tot de steden. Door elektrificatie van het platteland zou de trek naar de steden verminderen. Daarnaast zouden centrales aan elkaar gekoppeld moeten worden waardoor overtollige capaciteit van de ene centrale benut kon worden in andere delen van het netwerk. Hiermee ontstonden eerst de provinciale netwerken van elektriciteitskabels en, rond het einde van de 1940'er jaren, het prille begin van een landelijk netwerk (Van den Noort 1993w). Vooral vlak na de Eerste Wereldoorlog versnelde de elektrificatie van Nederland. Het gebruik van kleine elektromotoren in huishoudelijke apparaten versterkte de vraag naar stroom. In 1930 was Nederland zelfs een van de meest geëlektrificeerde landen van Europa vanwege de grote belangstelling voor stofzuigers en strijkijzers (Gabriels 2007).

De Nederlandse centrales produceerden vanaf de jaren 1980 op grote schaal honderden megawatts tegen een zeer lage prijs. Naast de grootschaligheid van de productie speelde daarbij ook de grootschaligheid van elektriciteitstransport en -distributie een grote rol. Alle centrales waren/zijn verbonden in een groot netwerk, waardoor de capaciteit optimaal benut kan worden. Het productiepark werd vooral gestuurd op betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening; relatief dure centrales werden gesloten als er voldoende goedkopere productiecapaciteit voorhanden was. Met de aansluiting van buitenlandse netwerken op het Nederlandse netwerk werd deze concurrentiestrijd alleen maar feller. Onder meer om te voorkomen dat Nederlandse centrales buiten spel kwamen te staan, werd er opnieuw voor schaalvergroting gepleit, wat aanleiding was tot sterke concentratie in de Nederlandse elektriciteitssector in de 1990'er jaren.

Bronnen

Van den Noort 1993w,
Is Geschiedenis 2013w, Is Geschiedenis, Eerste Nederlandse elektriciteitscentrale, geraadpleegd 5 november 2013
Van den Noort 1993w, J. van den Noort Licht op het GEB - Geschiedenis van het Gemeente-Energiebedrijf Rotterdam, 1993, geraadpleegd 5 november 2013

Laatste wijziging: 03-02-2016
Creative Commons-Licentie
Deze publicatie valt onder een Creative Commons licentie. Zie hiervoor het colofon.