Integraal waterbeheer: winning, kwaliteit en connecties tussen landen


Voor onze drinkwatervoorziening zijn we afhankelijk van de kwaliteit van de bronnen. De Europese Unie heeft in 2000 de Kaderrichtlijn water (KRW) opgesteld die gericht is op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater (VROM 2007w). De KRW maakt het mogelijk om waterverontreinigingen gezamenlijk aan te pakken in internationaal verband. Eerdere richtlijnen als de zwemwaterrichtlijn, de nitraatrichtlijn e.d. hebben niet het gewenste effect gehad; integraal waterbeheer is daarmee onvermijdelijk geworden. Dit is voor Nederland extra relevant, gegeven de geografische ligging als “afvoerputje” van enkele grote internationale stroomgebieden. In de richtlijn is onder meer afgesproken dat de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater niet achteruit mag gaan ten opzichte van het niveau van 2000. Er zijn dan ook normen gesteld voor een groot aantal stoffen, waarin is vastgelegd welke concentraties van die stoffen maximaal in het oppervlaktewater mogen worden aangetroffen.

De Kaderrichtlijn water gaat uit van een aanpak waarin internationale stroomgebieden centraal staan. Tot het internationale stroomgebied van een rivier behoort niet alleen het water van de rivier zelf maar al het water in de betreffende regio, dus ook vertakkingen, meertjes - zelfs zandafgravingen voor zover die niet in contact staan met andere oppervlaktewateren. Zo'n internationaal stroomgebied wordt een stroomgebieddistrict genoemd. Verschillende landen kunnen deel uitmaken van een stroomgebieddistrict. In het geval van de Rijn zijn dat Zwitserland, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Door voor een dergelijke aanpak te kiezen tracht men te voorkomen dat het ene land beslissingen neemt die negatief uitpakken voor andere meer stroomafwaarts gelegen landen.

De Nederlandse wateren behoren tot de stroomgebieden van de Eems, Rijn, Maas en Schelde. Nederland maakt voor elk van deze stroomgebieden aparte beheersplannen. De informatie voor deze plannen wordt ontleend aan de plannen van het Rijk (nota waterhuishouding), provincie (waterhuishoudingsplannen) en waterschappen (waterbeheersplannen).

In stroomgebiedbeheersplannen worden alle milieudoelstellingen voor het grond- en oppervlaktewater en de beschermde gebieden opgenomen. Ook staan de maatregelen erin om deze doelstellingen te bereiken. Hierbij moet men denken aan herstel- en inrichtingsmaatregelen voor oppervlaktewateren, zoals het verwijderen van vervuilde waterbodems en het verleggen van waterlopen, verbetering van het zuiveringsvermogen van rioolwaterzuiveringsinstallaties en verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen. De normen voor de ecologische, chemische en kwantitatieve doelstellingen worden vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur op basis van de Wet Milieubeheer. In 2009 is bepaald dat de lidstaten van de EU voor ieder stroomgebied district een stroomgebied beheersplan moeten hebben. Dit plan wordt elke zes jaar herzien (VROM 2007w).

Bronnen

VROM 2007w,
VROM 2007w, Ministerie van VROM (2007). Dossier kaderrichtlijn water, geraadpleegd op 20 augustus 2007

Laatste wijziging: 02-12-2015
Creative Commons-Licentie
Deze publicatie valt onder een Creative Commons licentie. Zie hiervoor het colofon.